Digitaal en leermateriaal: een schijnbare tegenstelling

tablet pcOp woensdagmiddag vond een debat plaats met als onderwerp digitale leermiddelen.

Twee stellingen werden geponeerd, die achtereenvolgens aan de orde kwamen. Bij beide stellingen was er een voorstander en tegenstander die beiden pleidooien hielden en het publiek mocht stemmen met stemkastjes. Daarmee was de opbouw per stelling: Pleidooi  - Stemming - Pleidooi - Stemming.

De discussie werd geleid door Frenk van der Linden, wat mooi was om eens mee te maken. Een leerervaring voor iedereen die ambities heeft als discussieleider.

Stelling 1: verandering

Om een kwaliteitsverbetering met digitaal leermateriaal te bereiken, is een drastische organisatorische verandering nodig.

Marijke Kral, HAN-lector Leren met ICT en Willem Korevaar, docent, namen het tegen elkaar op. Kral was hartstochtelijk voorstander van de drastische verandering en Korevaar was het hier helemaal niet mee eens. Hij vond dat de docent vooral verleid moest worden.
Na het eerste pleidooi was een meerderheid vóór de stelling. Kral slaagde er beter in haar argumenten naar voren te brengen, wat ertoe leidde dat in tweede instantie nog meer mensen voor waren. Dus uitslag: Eens. We gaan voor de drastische verandering, niet voor de geleidelijkheid.

Stelling 2: methodes

Docenten moeten meer arrangeren; ze zijn te veel afhankelijk van de lesmethode.

Deze keer waren het Erik Verhulp, docent en Roel Bakker, uitgever, die met elkaar in de clinch gingen. Verhulp had zijn buik vol van methodes: niet motiverend en altijd achterhaald op het moment van verschijnen. Bakker was het daar in het geheel niet mee eens. Hij wees op het belang van de kwaliteit van leermiddelen die alleen bereikt kon worden met deskundige ontwikkelaars.

De eerste stemming leidde al meteen tot een verhouding voorstanders-tegenstanders van 81-19. Toen Verhulp in zijn tweede termijn alle registers opentrok om zijn standpunt extra goed neer te zetten, was het pleit snel beslecht. Ik heb de cijfers van de tweede stemming niet meer paraat, maar het verschil was nog groter geworden dan het al was. En dat ondanks de iPad die Verhulp te voorschijn toverde als ultiem leermiddel, maar door de slechte netwerkverbinding geheel blanco bleef.

En er ís geen tegenstelling!
Voor het publiek was er heel weinig gelegenheid om te reageren en dat was jammer. Want ik had hier toch graag mijn mening naar voren gebracht. Namelijk dat de debaters discussieerden over een tegenstelling die helemaal geen tegenstelling hoefde te zijn. Als voorbeeld noem ik dan (natuurlijk) de methode Nieuwsbegrip waaraan ik zelf meewerk. Elke week maken wij nieuw, dus actueel en motiverend materiaal voor het onderwijs in begrijpend lezen. We doen dat in een team met taal- en onderwijskundigen en mensen met praktische onderwijservaring. Als methode is het compleet: voldoet aan de kerndoelen, sluit aan bij recente onderwijsinzichten en kan aangevuld worden met cursus en trainingen. Een groot aantal Nederlandse scholen waardeert zo’n aanpak en werkt nu met Nieuwsbegrip.

Vandaar de titel.

Geplaatst in Onderwijsdagen 2010 | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Twente’s got talent

Oude ketting met touw aan elkaar gebondenInzetten van ICT op school moet altijd een onderwijskundig doel dienen. Dat weten we inmiddels en dus is het toe te juichen dat in Twente een aantal projecten lopen die zich richten op het verbeteren van de aansluiting tussen schooltypes: enerzijds primair en voortgezet onderwijs, anderzijds voortgezet en hoger onderwijs. En dat met behulp van ICT dus.

Ingrid Breymann van de Universiteit Twente vertelde erover. Twee voorbeelden die zich beide richten op de aansluiting vo-ho kwamen aan de orde: Wiskunde D Wiskunde V en de Online leeromgeving op de Twente Academy.

Wiskunde D Wiskunde V
De V in de naam van dit project staat voor video: wiskunde D wordt onderwezen met behulp van videoconferencing.
Wiskunde D is een klein vak, want weinig leerlingen kiezen het. Dat is geen ideale situatie en daarom gaat een aantal scholen samenwerken. Deze scholen verzorgen samen de lessen. De ene keer op de ene school, een volgende keer op een andere school. Alle leerlingen die het vak volgen, kijken mee. De lessen zijn ook nog eens achteraf beschikbaar in een online leeromgeving.

Ervaringen
Binnenkort begint een eerste pilot, maar er zijn al wat ervaringen opgedaan. Breymann vertelde dat er eerst huiver was en dat er technische problemen optraden. Maar na oefenen werd de drempelvrees lager.

Die noodzaak tot oefenen en wennen heb ik zelf ook meer dan eens heb meegemaakt. Wil je leerlingen (of anderen) met nieuw ICT-gereedschap laten werken, geef ze dan eerst een uur, of langer als dat nodig is, om zelf op ontdekking te gaan en alles uit te proberen.

Online leeromgeving op de Twente Academy
Goed onderwijs zorgt ervoor dat leerlingen op maat, individueel benaderd worden. Andere sprekers op de Onderwijsdagen brachten dit naar voren en vermeldden daarbij dat juist ICT hier een grote rol in kan spelen. De noodzaak tot individuele lesarrangementen doet zich nu al dringend voor bij bijvoorbeeld zieke leerlingen of leerlingen die zeer actief en frequent sporten.

Voor deze leerlingen (ook voor anderen) is op de Twente Academy een online leeromgeving in het leven geroepen.
Deze online leeromgeving richt zich op leerlingen in 3-6 havo/vwo. Alle examens zijn erin opgenomen en bij acht vakken wordt uitleg gegeven. Die uitleg is niet alleen tekstueel want we kregen wat voorbeeldpagina’s te zien voor het vak scheikunde en die bevatten mooie animaties. De inhouden zijn gekoppeld aan alle lesmethodes en eindtermen. Daarnaast is het niet per se een statische omgeving, want docenten kunnen zelf arrangementen maken. Verder zal in de toekomst de database worden aangesloten op edurep zodat docenten ook toegang hebben tot heel veel andere materialen.
Volgens Breymann, en daar sloeg ik toch enigszins van achterover, heeft Twente academy nu al duizenden gebruikers. Er is dus een omvangrijke goed gevulde Nederlandse onderwijsbron met heel veel gebruikers en ik had had er nog nooit van gehoord. Het kan natuurlijk zijn dat die ‘gebruikers’ mensen zijn die zich aanmelden en niet meer terugkomen. Ik weet het niet. Breymann gaf aan dat docenten de omgeving in ieder geval graag gebruiken.

Twente academy is nog niet uitontwikkeld. Vooor de toekomst staat op het programma dat docenten materiaal kunnen delen, bewerken, exporteren, en uploaden.

Publiciteit
Als het werkelijk zoveel gebruikt wordt als we hoorden in deze presentatie, dan zou ik de makers adviseren er meer publiciteit aan te geven. Dan kunnen er nog meer mensen van profiteren en kunnen andere partijen bijdragen aan de verbetering van de leeromgeving.

Het onderwijs wordt met Twente Academy leeromgeving verder niet erg vernieuwd. De omgeving is gebaseerd op vooraf vastgelegde stof (en volgordes denk ik) die door de docent klaargezet wordt en die de leerling alleen kan accepteren. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat niet alleen docenten, maar ook leerlingen arrangementen kunnen maken. Maar dat zit er, nu althans, niet in.

Achterover
Na afloop sprak ik een van mijn mede-presentatievolgers en die was eveneens bijna achterovergeslagen. Maar om een andere reden: dat Twente dit nu aan het ontwikkelen was, zonder kennis te nemen van soortgelijke projecten die tien jaar geleden al in de VS liepen, dat kon er bij hem absoluut niet in.

Een laatste opmerking. Of deze ICT-oplossingen ook bijdragen aan het oplossen van het probleem (aansluiting vo-ho), dat kwam in deze presentatie niet aan de orde. Ik snap wel dat daar nu in het prille stadium van de projecten nog geen harde gegevens over konden zijn, maar wat meer aandacht juist voor dit doel was zinvol geweest. Waarom juist voor dit middel gekozen om die aansluitingsproblematiek op te lossen? En hoe verhield dit middel zich tot andere mogelijke (niet-ICT)-middelen?

Geplaatst in Onderwijsdagen 2010 | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Onderzoek laat zien wat echt werkt

loupeHoeveel ideeën, theorieën, wensen, bestaan er niet die te maken hebben met hoe het onderwijs ICT in moet zetten. Guus Wijngaards, Lector e-Learning  van de Hogeschool InHolland heeft die ideeën ook, maar wil ze vooral toetsen aan de uitkomsten van onderzoek. Daarover sprak hij: internationaal onderzoek naar het gebruik van ICT bij het leren en onderwijzen.

Hij kondigde aan twee onderzoeksprojecten te bespreken. Dat liet hij voorafgaan door zijn eigen ideeën over goed onderwijs (en ICT) die hij met behulp van mooie PowerPointbeelden een voor een langsliep. Helaas kan ik die presentatie niet terugvinden in de OWD10-verzameling op het web. Dat is ook de reden dat ik in mijn verslag hieronder niet altijd voldoende informatie kan geven. Tip: lees een interview met Wijngaards om nog wat achtergronden bij zijn werk te leren kennen.

In ieder geval, mocht je Wijngaards tegenkomen en hem vragen naar wat hij goed onderwijs vindt, dan zal hij antwoorden dat het draait om:

  • Aansluiten bij leerstijlen.
  • Cocreatie en coproductie leiden tot gevoel van medeverantwoordelijkheid.
  • Regelmatig leerinhouden controleren op (eigentijdse) waarde, herijking van inhouden.
  • De buitenwereld binnenhalen. (Doet het onderwijs dat wel voldoende?)
  • Duidelijke leiding van de docent, voldoende structuur, kapstokken bieden. (ICT maakt niet selfsupporting!)
  • Duidelijke visie formuleren en dan beleid maken.
  • Effectieve docent. (Daar horen allerlei ICT-competenties bij.)
  • Een zelfverzekerde student.
  • Een ideale schoolleider.

Er is een realiteit
Ga je ontwerpen voor onderwijs, dan zijn er een aantal feiten waar je niet omheen kunt:

  • Mobiele technologie is van groot belang.
  • Mensen vormen het netwerk.
  • Kinderen kunnen niet alles met digitale middelen, ze moeten dit leren.

Onderzoek lerarenopleidingen en ICT
Vier opleidingen zijn onderzocht om een beeld te krijgen van hoe ze met ICT omgaan. Rapporten zijn te vinden op internet, vertelde Wijngaards. Jammer genoeg beschik ik niet over de links; als iemand ze wel heeft, laat het me weten. De praktijk van ICT-gebruik bij deze lerarenopleidingen leidde tot de volgende aanbevelingen:

  • Het vertalen van visie naar een realistisch beleidsplan gebeurt bijna nergens.
  • ICT-beheer moet in professionele handen zijn.
  • Zorg voor breed gedragen innovaties in maakbare stappen
  • Let op een voortdurende herijking van prioriteiten.
  • Zorg dat grote middengroep van docenten geen keus heeft
  • Bij aaname van nieuwe docenten moeten ICT-vaardigheden belangrijk zijn.
  • Gebruik de kennisbasis ICT-competenties van ADEF.
  • Zorg voor een didactische helpdesk.
  • Stuur zelf dingen aan.
  • Samengaan van onderzoek en onderwijs.

Studentsvoices
In studentsvoices zijn succesvolle leerpraktijken onderzocht op kenmerken die ze gemeenschappelijk hebben. Daarvoor zijn een aantal cases bekeken: onderwijsarrangementen waar ICT een belangrijke plaats kreeg:

Deze cases hebben een aantal belangrijke succesfactoren gemeen:

  • Motivatie
  • Rijke en aantrekkelijke leefomgeving
  • Leren door doen
  • Passende structuur, kan door leerlingen zelf ontworpen worden
  • Inspirerende docent
  • Ruimte vanuit organisatie
  • Ruimte voor technologie

Deze onderwijsarrangementen zijn allemaal op maat gemaakte situaties. Ze zijn daardoor niet zomaar overdraagbaar. Maar het rijtje vastgestelde kenmerken hierboven kun je zien als voorwaarden die in andere situaties vervuld moeten zijn, als je daar succes wilt hebben.

Geen ontsnapping mogelijk
In het vragenrondje kwam de vraag aan de orde hoe je dat nu voor elkaar krijgt, ICT goed inzetten in de school. Wijngaards was daar duidelijk in: docenten mogen geen keus hebben. Het mag dus niet zo zijn dat je leraren zelf laat bepalen of ze iets met ICT of zonder ICT doen. Gesteld natuurlijk dat je als school hebt vastgesteld dat mét ICT een duidelijke meerwaarde biedt. Regel dat via e-pop gesprekken.

Ik zou Wijngaards’ verhaal willen samenvatten als: er is zoveel mogelijk! Maar er is nog zoveel te doen.

Geplaatst in Onderwijsdagen 2010 | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Genoeg geweest

Verkeersbord One WayEven een tussendoortje. Van de meeste presentaties en lezingen die ik gevolgd heb op de OWD heb ik nu een verslagje geblogd. Alle kennis en indrukken krijgen zo langzamerhand een plekje in de Persoonlijke Leeromgeving die zich onder mijn schedeldak bevindt en er is één ding dat steeds weer terugkomt.

Vrijblijvendheid
Jarenlang hebben we geprobeerd op scholen om mensen te verleiden ICT in te zetten in hun les. Via uitleg, adviezen, goede voorbeelden en mensen de ruimte geven.

Het is nu 2010 en duidelijk dat het op deze manier niet opschiet. Verschillende sprekers gaven aan dat de vrijblijvendheid eraf moet en dat mensen niet meer de keuze moeten hebben om wel of geen ICT te gebruiken. Er is inmiddels genoeg evidentie om te weten dat ICT zorgt voor gemak, genot en gewin, in alle sectoren van de samenleving en ook in het onderwijs.

Hoe ziet dat eruit, minder vrijblijvendheid? Ten Brummelhuis gaf aan dat schoolleiders vaak mensen zijn die hun team de ruimte geven om zelf hun werk vorm en inhoud te geven. Dat is prima voor de voorlopers die graag experimenteren en er zelf voor zorgen dat ze goed op de hoogte zijn. Maar niet voor de grote groep die daarop volgt in vernieuwingsgezindheid. Die komen er niet aan toe, hebben geen tijd, geen zin, slechte ervaringen, doen liever iets anders enzovoort. Aan die groep zal de schoolleider daarom eisen moeten stellen en hij/zij zal ze moeten sturen, niet alleen stimuleren. Of laten we zeggen, stimulerend sturen.

Een vergelijkbaar standpunt nam Guus Wijngaards in. Niet meer mensen de keuze laten tussen dingen met of zonder ICT doen. De leidinggevende moet hierop sturen door middel van POP-gesprekken, die Wijngaards, als ik het goed verstond, e-popgesprekken noemde.

Het lijkt mij een goede ontwikkeling. Een waar niet aan te ontkomen valt.

Geplaatst in Onderwijsdagen 2010 | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Sociale media: alle macht aan het volk

wegschaalChristiaan Alberdingk Thijm is jurist en hield op de ochtend van 10 november een verhaal over sociale media en juridische kanten.

Orkut
Als inswinger vertoonde Alberdingk Thijm de trailer van de de film The Social Network. Een gewéldige film, zei hij, aanbevolen! Hij gaat alleen niet over Facebook, wel over Marc Zuckerberg.
Alberdingk Thijm vroeg ook de zaal wie lid was van Hyves (veel, maar ‘minder dan een jaar geleden’), van Facebook (nog meer) en van Orkut (ik ben vergeten of dat 0 of 2 was). Ook vroeg hij naar Linkedin. Daar had bijna de hele zaal een account.

Bij Orkut moest Alberdingk Thijm vanzelfsprekend een toelichting geven. Orkut is de poging van Google om een sociaal platform neer te zetten. Een mislukte poging dus. Alberdingk Thijm werd jaren geleden lid, maakte daar 24 vrienden, en dat bleef zo. Opzeggen dus? Nee, voorlopig nog niet, hij had eigenlijk weinig last van dat slapend vriendenclubje.

Gezien de grote aanwezigheid van het OWD-publiek op sociale netwerken, moest hij misschien vrezen voor de mogelijkheid om zijn publiek te boeien, maar dat deed hij niet en het werd een onderhoudend verhaal.

Hoe sociaal zijn sociale media?
De wereld van sociale media is volop in beweging. Dacht iedereen een paar jaar geleden nog dat MySpace de grote klapper zou worden, nu blijkt dat platform in moeilijkheden te verkeren en is Facebook er met de buit vandoor. Het zieltogende Orkut kwam al ter sprake.

Alberdingk Thijm toonde met cijfers aan dat sociale netwerken heel veel gebruikt worden en heel snel groeien. Ik heb die cijfers niet allemaal genoteerd, maar veelzeggend is dat inmiddels meer tijd wordt besteed aan sociale media dan aan e-mail.

Wat houdt Communicatie op sociale media in? Grofweg gebruiken mensen sociale media op drie manieren:

  • Promotie, zenden
  • Praten, dialoog
  • Pesten, daar hoort ook spam bij

Promotie
Bedrijven gebruiken sociale media soms om vooral reclame te maken. KPN maakte bijvoorbeeld een pagina aan op Facebook, met informatie over zichzelf. Andere Facebookers kunnen daar aangeven of ze KPN ‘leuk’ vinden. Op die KPN-pagina zie je, en ziet iedereen ter wereld, dat 166 mensen KPN leuk vinden. Dan kun je het dus beter niet doen…

Praten
Maar vooral wordt op sociale media heel veel de dialoog aangegaan. Mensen brengen daar elk denkbaar onderwerp ter sprake, stellen vragen, geven antwoord, wisselen meningen uit. Op twitter is het vast gebruik om als je iets niet weet, je vraag de wereld in te sturen met de ‘hashtag’ #durftevragen. Altijd komt er antwoord en vaak binnen een kwartier.

Dialoog op twitter werkt heel goed. Alberdingk Thijm heeft zelf voor deze presentatie via twitter hele relevante informatie gekregen. Twitter kan ook, meer dan Facebook, Hyves of zo, een heel krachtig medium zijn. Dat blijkt nu uit de T-Mobile actie van Youp van ‘t Hek.

Pesten
Maar het gaat ook wel eens fout: mensen die verkeerde dingen zeggen. Bekend is het voorbeeld van de Amerikaanse jonge vrouw die op Facebook haar baas negatief afschilderde. Ze was alleen even vergeten dat haar baas ook een Facebook-’vriend’ was. Die antwoordde haar dat ze gelukkig nog in haar proeftijd zat en dus morgen niet meer terug hoefde te komen. Zelf dacht ik meteen aan de Nederlandse Arend Jan B die Chinezen op twitter ‘spleetogen’ noemde. Exit Arend Jan dus.

Spam is niet alleen meer iets dat bij e-mail hoort. Ook via sociale media komt spam binnen, bijvoorbeeld berichten via Linkedin.

Wild West
Bedrijven gebruiken om allerlei redenen steeds meer sociale media, ook omdat het juridisch een grijs gebied is. Via sociale netwerken kunnen ze dingen bereiken die anders niet mogelijk zijn. Alberdingk Thijm wilde ooit in een door Nike uitgeschreven wedstrijd, via Facebook een stem uitbrengen op een bevriende kunstenaar. Dat kon wel, maar dan moest hij Nike toestemming geven om te beschikken over ál zijn gegevens, inclusief de gegevens die hij uitwisselde met andere personen. Hij zag er maar vanaf.

Ondanks deze wild-westpraktijken bestaat er wel degelijk wetgeving. Maar, en dit was zo’n beetje de boodschap die Alberdingk Thijm wilde meegeven, de beste wetgeving zijn wij zelf! Toen bijvoorbeeld gebruikers aangaven aangaven dat ze de vernieuwde privacyregels op Facebook niet wensten, werden de veranderingen snel teruggedraaid.

Moraal
Sociale media zijn als mensen: Overwegend goed, soms slecht.

Geplaatst in Onderwijsdagen 2010 | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De ambitie van Kennisnet en de werkelijkheid van een scholier

Toine Maes is directeur van Kennisnet en opende de tweede dag. Was dag 1 afgesloten door Michiel Muller die vertelde hoe hij zijn droom gerealiseerd had, Maes wilde nog wel even verder dromen. Ik was zelf nog niet goed wakker, dus vooruit dan maar.

ICT Onmisbaar
Maes zag in zijn droom over de toekomst van het onderwijs een aantal dingen, maar vooral dat alle leerlingen als verschillende individuen beschouwd zouden worden. Werd dat ooit werkelijkheid, dan kon dat niet anders dan met een grote rol voor ICT.

Maar… ICT wordt nog altijd niet grootschalig ingezet. De Vier in balans monitor laat zien dat 75% van de leraren computers in de klas gebruikt. Uit vorige jaren kunnen we opmaken dat dit elk jaar 2 tot 3% groeit. Als dit zo doorgaat, zei Maes, duurt het 10 tot 15 jaar tot dit 100% is. (Volgens mij komt er uit die som 8 tot 12). Maes heeft de ambitie deze periode in ieder geval te halveren. Kennisnet gaat hiervoor:

  • Kennisnet wil stimuleren dat scholen een visie neerzetten
  • Kennisnet wil leraren professionaliseren

En we mogen Kennisnet daarop afrekenen! Ook belangrijk: we moeten steeds checken bij het onderwijs of het wel gebeurt.

Scholier
Ook Toine Maes had zijn doelgroep meegenomen, althans één lid. Steven de Jong van het LAKS mocht zijn zegje doen.
Inderdaad, zei Steven, ICT moet maatwerk leveren. Maar liever een goede docent met een krijtbord dan een slechte docent met een digibord. Die digiborden trouwens, had de school die om goede redenen aangeschaft of  alleen voor de open dag? Steven adviseerde de scholen in Nederland om eerst te kijken waar je iets voor nodig hebt. Wat wil je er eigenlijk mee? En daarna moet je het leren gebruiken. Laat de leerlingen daarbij helpen!

Ziet Steven verschillen tussen jongere en oudere docenten? Hij formuleert het voorzichtig; bij de jongere zit het in hen, de oudere hebben het meer aangeleerd en gebruiken minder geavanceerde middelen.
LAKS wil graag leraren stimuleren en ze helpen bij ICT-gebruik.

Geplaatst in Onderwijsdagen 2010 | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Michiel Muller, de man die deed wat iedereen afraadde

route mobielEen vreemde eend in de bijt zou je zeggen. Een conferentie over Onderwijs en ICT, en dan nodigen ze als spreker Michiel Muller uit, de oprichter van Route Mobiel. Voor de niet-autorijders onder ons: dit is de grote concurrent van ANWB Wegenwacht.

Muller had er zin in. ‘Jullie zijn analytici en analytici hebben moeite met verandering’, zo stak hij van wal. Maar hij wilde toch wel een poging doen ons te inspireren.

Tango
Hoe kwamen ze op het idee van Route Mobiel? In de jaren ‘90 was er sprake van een ingeslapen markt van benzinemaatschappijen. Muller kwam met Tango: een tankstation zonder bemanning. Daar waren een aantal innovaties voor nodig:

  • Een elektronisch prijzenbord
  • Een creditcard in de pomp
  • Camerabeelden van klanten

De investeringen kon Muller ophoesten door slimme afspraken met leveranciers. De leverancier van het camerasysteem bijvoorbeeld kreeg het recht om het ontwikkelde systeem ook aan anderen te verkopen. Het elektronische prijzenbord was nodig om op afstand de prijzen te kunnen wijzigen. Want Tango had geen bediende om een laddertje op te klimmen en de plastic cijfertjes van die tijd te herschikken.
Een raak beeld van Muller. Ik zag ze ineens weer voor me, die zuilen met scheve cijfers, en het permanente gebrek aan enen en nullen, waarvoor dan maar de letters O en L of I aangesproken werden.

Het Tango-prijzenbord had nog meer, misschien wel onvermoede, voordelen. Elk moment van de dag kon de prijs in een flits veranderd worden. Optimaal inspelen op marktkansen dus.
Dat het een goed idee was bleek een paar jaar later: de ANWB kwam met een kopie!

Route Mobiel
De gedachte was (ik vat het heel kort samen): als ANWB ons nadoet, waarom dan wij niet de ANWB? Het idee voor Route Mobiel werd geboren. Ze deden marktonderzoek en ontdekten, het tegendeel van hun verwachting, dat juist de ouderen voor dit idee waren: ‘We hebben eigenlijk altijd teveel betaald’.

Het daadwerkelijk realiseren van Route Mobiel ging niet over een nacht ijs. Muller wilde het meteen neerzetten met een landelijke dekking en koos daarom om een aantal dingen anders te doen dan de ANWB. Geen eigen wagenpark bijvoorbeeld, maar andere bedrijven voor je laten rijden. En een onorthodoxe reclamecampagne, met de ‘ANWB Opzegdagen’.

Creatiespiraal
Hoe je zo’n project tot een goed resultaat moet brengen, liet Muller zien aan de hand van de Creatiespiraal van Marinus Knoope. Die spiraal beschrijft het pad dat je aflegt wanneer je een droom hebt en die ook echt wilt realiseren. Het bestaat uit de volgende fases:

  1. Wensen
  2. Verbeelden
  3. Geloven
  4. Uiten
  5. Onderzoeken
  6. Plannen
  7. Beslissen
  8. Handelen
  9. Volharden
  10. Ontvangen
  11. Waarderen
  12. Ontspannen

In 4 maanden (!) ging Muller van idee naar uitvoering. Route Mobiel draaide en Muller kon het na een aantal jaren verkopen.

Van A naar C
Muller deed een aantal aanbevelingen:

  1. Innoveer door samenwerking. Slim samen doen.
  2. Haal ook dingen van buiten. Laat zaken ergens anders ontwikkelen.
  3. Zit je in A, en wil je naar B, doe het dan. Ook al raadt iedereen het af. Want vanuit B kun je C zien. En zij in A zien C niet!

Het bijzondere van : of het product van Route Mobiel nu kwalitatief beter was dan het product van ANWB, dat kwam in hele verhaal niet ter sprake. En Muller kwam er nog mee weg ook.

Geplaatst in Onderwijsdagen 2010 | Tags: , , , , , , | 1 reactie